Kani duwde de dubbele deuren open en keek de grote hal in, overal zag je kasten vol met boeken staan.
Een paar monniken keken op en keken richting Kani, een korte frons op hen gezicht, daarna keken ze weer naar hen bezigheden.
Kani liep richting een gang van boekenkasten, hij keek naar het einde en zag een tafeltje staan met een kaars erop en een man die daar zat met een kap over zijn hoofd getrokken, hij zat duidelijk een geschrift te lezen.
Kani liep op hem af.
''Belacqua.'' Zei Kani.
De man keek op en glimlachtte.
''Dat is een naam die ik lang niet meer gehoord heb.'' Zei de man tegen Kani.
Kani haalde zijn schouders op en knikte.
''Wat moet een assassijn daar mee?'' Vroeg de man aan Kani.
''Dat gaat je geen donder aan.'' Zei Kani.
''Maar natuurlijk.'' Zei de man. ''Wat had je precies gewilt dan?'' Vroeg de man.
''Alles wat je over de familie hebt.'' Zei Kani.
De man knikte en stond op, hij liep langs Kani en schoot een andere gang in, en nog een en weer een andere gang, Kani had geen flauw idee meer waar hij was maar ineens stopte de man.
''Ah hier moet het zijn.'' Zei de man.
Hij pakte een ladder en ging zes treden omhoog, hij greep drie boeken en kwam weer naar beneden.
''Alsjeblieft.'' Zei de man, hij gaf de drie boeken aan Kani.
Kani nam ze aan en keek er kort na.
''Dit is niet alles.'' Zei Kani.
De man grinnikte en knikte.
''Dat klopt, maar wat moet jij met die geschriften?'' Vroeg hij.
''Nogmaals,'' Zei Kani, ''Dat gaat u niets aan, nu alstublieft de overige geschriften.'' Vervolgde hij.
De man grinnikte nogmaals en liep weer weg, Kani volgde hem en ze kwamen in een kamertje uit, hier lage allemaal rollen van perkament, de man haalde twee rollen eruit en gaf ze aan Kani.
''En de rest.'' Zei hij.
''Dank u wel.'' Kani nam de rollen aan en keek de man na hoe hij vertrok.
Kani ging aan een tafel zitten en merkte dat hij weer een stuk dichterbij de deur was, hij kon zelfs het licht zien wat uit de ramen viel op de voorhal.
Kani pakte een kaars en sloeg het eerste boek open, hij begon te lezen.